Interview









|
Het
leven van fotograaf Kees de Kok heeft niets spectaculairs, het is niet
fel bewogen, het wordt nergens gekenmerkt door schokkende episoden of
uiterlijke conflicten. Wat het aan dramatische momenten bezit voltrekt
zich binnen in hem, onmerkbaar voor de toeschouwer, zelfs voor zijn
directe omgeving.
Terwijl ik op een koude
mistige avond het pleintje op loop bedenk ik dat dit niet een plek is
waar ik zou verwachten dat hij woont. Het is een jaren zeventig wijk
waarin ik terecht ben gekomen. Na aanbellen word ik vriendelijk maar
onwennig ontvangen door een man met blauwe trui met een wolf daarop
geprint. Nationalpark Harz staat er onder op. En ik maar denken dat hij
alleen maar naar Engeland en Ierland gaat. In het kleine portaaltje
waar ik mijn jas op de kapstok hang, hangen diverse foto's aan de muur.
Niet het hoogglanskwaliteit foto dat ik zou verwachten bij een
fotograaf maar printjes uit een laserprinter die er uit zien als
veredeld krantenpapier en in eenvoudige, ouderwets ogende, lijstjes
zitten, heel apart. Als ik geen moderne kleding zou zien bij de
personen op de foto's zou ik denken dat het de jaren zestig zijn
waarin ze gemaakt zijn. Even later stap ik in een gezellig rommelige
huiskamer met tientallen beeldjes van katten. Kattenliefhebbers dus! In
een kast zie ik diverse analoge fototoestellen staan die niet meer in
gebruik zijn. Ik zie pentekeningen en schilderijen van Wim
Savelkouls en aquarellen van Elisabeth Clarke uit Cornwall aan de muur.
En vele Sanseveria's, overal om me heen, heel veel.
Tijdens het
koffiedrinken komt het gesprek wat moeilijk op gang en het is in het
begin zijn vrouw Ans die het gesprek gaande houdt. Toen ik Kees vroeg
voor het interview had hij daar weinig belangstelling voor en ik kreeg
de indruk dat hij teruggetrokken en in zichzelf gekeerd was. Een man
met een eigen levensfilosofie en waarvan je niet wist wat hij dacht. Na
enige tijd kwam het gesprek toch nog op gang;
"Ik wil mensen
fotograferen zoals ze zijn en foto's maken waarop ze ook herkend worden
door de familie. Ik wil de mensen niet in een onnatuurlijke houding
dwingen."
Dat is iets wat ik zo
mooi aan zijn foto's vind, dat natuurlijke en ongedwongen aan die
portretten. Vooral de serie die gemaakt is in Deventer tijdens het
Dickens Festijn. Die besloot me hem te vragen voor een interview, ik
wilde iets meer weten van die fotograaf. Tijdens een huwelijksreportage
weet hij mooie portretten te maken van blije vaders en gelukkige
moeders. Gewoon in de huiskamer bij bestaand licht, terwijl ze zitten
te praten en er niet eens erg in hebben dat ze gefotografeerd zijn.
"De mensen die bij mij
komen voor hun huwelijksreportage zijn altijd heel leuke en eenvoudige
mensen. Dat komt waarschijnlijk door mijn manier van fotograferen maar
ook door de redelijke prijs."
"De fotograaf is vaak
een storend element vanwege zijn apparatuur. Ik ben dan ook altijd blij
te horen dat men mij tijdens de trouwdag nauwelijks opmerkt. Dit komt
niet alleen door mijn manier van fotograferen, maar ook doordat ik geen
grote camera gebruik. Ik bedoel dan de camera's van de twee grote
merken. Ik gebruik de kleinste spiegelreflex en het beste objectief dat
ik kon vinden. Ik hoef geen indruk te maken met een grote camera."
Over het gebruik van camera's heeft hij zo een eigen mening:
"Veel fotografen
gebruiken grote camera's, die zijn robust en maken indruk. Op zulke
camera's zitten meestal grote lenzen. Mijn mening is dat die grote
camera's en lenzen vaak bedreigend overkomen op mensen die niet gewend
zijn gefotografeerd te worden. Ik prefereer kleine onopvallende
camera's met goede lenzen."
Kees vertelt me dat hij
het liefste gewone mensen in hun gewone doen fotografeert. Of nog
liever, mensen uit de rand van onze samenleving. Hij is zeker niet
iemand die glamour of mensen uit de tv-wereld zal gaan fotograferen.
Hij is autodidact en fotograferen heeft hij zichzelf geleerd. Hij is op
zijn 15e begonnen met fotograferen met de Agfa Click van zijn oudere
broer. In de jaren negentig van de vorige eeuw heeft hij een
zijsprongetje gemaakt met het maken van documentaires op video. Maar
fotografie heeft het toch gewonnen en dat kan hij in zijn eentje doen,
bij documentaires heb je meerdere personen nodig en hij werkt het
liefst alleen.
Tenslotte heb ik nog
een uurtje zijn foto's zitten kijken. Vooral de foto's van het Dickens
Festijn en de portretten uit het Historisch Openluchtmuseum spreken me
erg aan. De romantiek in zijn foto's is onverwoestbaar en de nostalgie
die uit de meeste van zijn foto's spreekt is de nostalgie van velen.
Anne Jacobs
Terug
|









|
|